Een huurder laat huurachterstanden ontstaan. Op het moment van dagvaarden en gedurende de procedure is de huurachterstand meer dan drie maanden. De tekortkoming van de huurder rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst. De rechter wijst de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning toe. Ook de vordering tot betaling van de huurachterstand wordt toegewezen.

De feiten

Een huurder huurt van een woningcorporatie een woning tegen een huurprijs van € 764,36 per maand. De huurder laat huurachterstanden ontstaan. Op het moment van dagvaarden bedraagt de huurachterstand € 3.390,29. De huurder en de verhuurder zijn verschillende betalingsregelingen overeengekomen maar de huurder komt deze niet na.

De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand dan wel een gebruikersvergoeding tot aan de ontruiming.

Juridisch kader

Onderbouwing vordering

De verhuurder legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de huurder toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst.

De huurder verweert zich door te stellen dat er inderdaad een huurachterstand is maar dat die door persoonlijke omstandigheden is ontstaan. Hij krijgt nu hulp en heeft zijn zaken op orde. De huurder vraagt om een ‘term de grȃce’.

Oordeel kantonrechter

Huurachterstand

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand op het moment van dagvaarden bijna vierenhalve maand bedroeg en het moment van de mondelinge behandeling nog steeds meer dan drie maanden was. Dit betekent volgens de kantonrechter dat de huurder tekortgeschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst. Enkel een tekortkoming die van voldoende gewicht is, geeft recht op gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter geeft aan dat het vaste rechtspraak is dat een huurachterstand van drie maanden of meer een ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen. De persoonlijke omstandigheden van de huurder geven in deze casus geen aanleiding om te oordelen dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt.

De kantonrechter ziet wel dat de huurder gedurende de procedure een aantal aflossingen heeft gedaan en de laatste maanden de huur op tijd betaalt. Maar de huurachterstand bedraagt nog steeds meer dan drie maanden. Daarbij heeft de verhuurder aangegeven een eventueel voor de verhuurder positief vonnis niet te zullen executeren zolang de huurder zich aan de afspraken houdt. Om die reden heeft de huurder ook geen belang bij een term de grȃce.

De kantonrechter wijst de gevorderde ontbinding en ontruiming toe en ook de vordering tot betaling van de huurachterstand, te vermeerderen met de incassokosten, wordt toegewezen. Daarnaast dient de huurder tot het moment van de ontruiming een gebruikersvergoeding te betalen aan de verhuurder van € 764,36 per maand.

Rechtbank Limburg 10 januari 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:133

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 26 januari 2024.