In een woning ontstaat er waterschade doordat kitwerk ondeugdelijk is aangebracht. Het kitwerk is namens de verhuurder aangebracht. Het gebrek kan aan de verhuurder worden toegerekend, waardoor de verhuurder aansprakelijk is voor de gevolgschade die de huurder lijdt.

De feiten

Een huurder huurt sinds maart 2016 van een verhuurder een woning. De huurder maakt op 21 oktober 2022 melding van waterschade in zijn woonkamer. Volgens de huurder is de schade het gevolg van ondeugdelijk kitwerk dat is uitgevoerd door de verhuurder. Er is schade aan de muur, laminaat en de vloerbedekking. De schade bedraagt volgens de huurder € 2.925. De huurder vordert dit schadebedrag, te vermeerderen met de incassokosten van € 505,20.

Juridisch kader

Weerlegging vordering

Volgens de verhuurder moet de vordering worden afgewezen omdat de verhuurder niet aansprakelijk is voor de schade die de huurder stelt te hebben ten gevolge van het ondeugdelijk uitgevoerd kitwerk.

Oordeel kantonrechter

Is er sprake van een gebrek?

De kantonrechter geeft allereerst aan dat op grond van art. 7:208 BW een verhuurder verplicht is tot vergoeding van een door een gebrek veroorzaakte schade, indien het gebrek na het aangaan van de huurovereenkomst is ontstaan en aan de verhuurder is toe te rekenen. Vast staat dat er lekkage is ontstaan door het kitwerk dat door de verhuurder is aangebracht. De verhuurder erkent ook dat de lekkage het gevolg is van ondeugdelijk uitgevoerd kitwerk. Omdat de verhuurder de lekkage heeft verholpen, impliceert dit volgens de kantonrechter dat er sprake is van een gebrek in de zin van art. 7:204 BW. Omdat niet gebleken is dat het gebrek vóór het aangaan van de huurovereenkomst is ontstaan, gaat de kantonrechter ervan uit dat het gebrek na het aangaan van de huurovereenkomst is ontstaan.

Gebrek is aan verhuurder toe te rekenen

Volgens de kantonrechter is het gebrek aan de verhuurder toe te rekenen. Het kitwerk zou in maart 2021 al vervangen moeten worden (5 jaar na ingang van de huurovereenkomst), terwijl de huurder aangeeft dat het kitwerk al vóór maart 2021 ondeugdelijk was. De kantonrechter gaat voorts niet mee in de stelling van de verhuurder dat de huurder het gebrek niet onverwijld heeft gemeld. Ook vindt de kantonrechter niet dat het gebrek valt onder het Besluit kleine herstellingen. Volgens de kantonrechter is de verhuurder dan ook aansprakelijk voor de gevolgschade van de huurder.

De gevorderde schade en de incassokosten worden dan ook toegewezen.

Rechtbank Rotterdam 22 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12180

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 18 januari 2024.