Vordering tot ontbinding en ontruiming wegens herhaald niet/te laat betalen van de huurprijs. Structureel te laat betalen kan een tekortkoming zijn die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Gelet op eerdere veroordelingen van de huurder tot (tijdige) betaling van de huur, is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval het structureel te laat betalen ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De vorderingen wordt toegewezen.

De feiten

Een verhuurder verhuurt aan een huurder sinds 1 mei 2014 een woning. De huidige huur bedraagt € 1.208,83 per maand. De huurder betaalt de huur regelmatig niet of niet op tijd. De verhuurder is daarom de afgelopen periode drie keer een gerechtelijke incassoprocedure gestart. De tweede en derde procedure in 2022 hebben geleid tot vonnissen. In het eerste vonnis is de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, rente en incassokosten. In het tweede vonnis heeft de huurder vlak voor de mondelinge behandeling € 6.000 betaald, zodat er geen huurachterstand meer bestond en de huurder alleen in de proceskosten werd veroordeeld. De huurder betaalt vanaf juni 2023 elke maand weer te laat.

De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning, betaling van de huurachterstand, betaling van een gebruiksvergoeding vanaf 31 december 2023 tot aan de daadwerkelijke ontruiming, kosten en rente. De huurder verweert zich door te stellen dat er geen betalingsachterstand bestaat en dat ontbinding van de huurachterstand niet gerechtvaardigd is.

Oordeel kantonrechter

Ontbinding en ontruiming

De kantonrechter overweegt dat op grond van art. 6:265 BW lid 1 BW iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

Een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wegens herhaalde wanbetaling wordt in beginsel toegewezen, als de huurachterstand ten minste twee maanden bedraagt en de huurder minder dan een jaar voor de zitting al tot betaling van een huurachterstand is veroordeeld. Partijen zijn het er over eens dat op het moment van de mondelinge behandeling geen sprake was van een huurachterstand, zodat herhaalde wanbetaling op zichzelf onvoldoende grond vormt voor ontbinding van de huurovereenkomst.

Echter, volgens vaste rechtspraak is ook structureel te laat betalen een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen. Of het herhaaldelijk te laat betalen van de huur in een concrete situatie ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, moet beoordeeld worden aan de hand van de relevante omstandigheden van het geval. De kantonrechter weegt in dit specifieke geval zwaar mee dat de huurder bij vonnissen van 1 juni 2022 en 7 december 2022 al is veroordeeld tot betaling van een huurachterstand dan wel veroordeeld is in de proceskosten. Dat de huurder aangeeft dat hij met zijn onderneming in zwaar weer heeft verkeerd maar dat dit achter de rug is, acht de kantonrechter niet overtuigend. De huurder heeft dit namelijk ook aangegeven in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 7 december 2022, maar dat heeft niet geleid tot verbetering van zijn betalingsgedrag. Daarnaast is de huurder voor een dak boven zijn hoofd niet alleen afhankelijk van de door hem gehuurde woning. De tekortkoming rechtvaardigt volgens de kantonrechter in dit specifieke geval de ontbinding van de huurovereenkomst.

De vorderingen tot ontbinding, ontruiming en de geldelijke vorderingen worden derhalve door de kantonrechter toegewezen.

Rechtbank Midden-Nederland 8 mei 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2898

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 10 juni 2024.