Een man en een vrouw krijgen in 2014 een affectieve relatie. De vrouw heeft uit een eerdere relatie al een zoon. De man en de vrouw wonen samen. De relatie tussen de man en de vrouw is in 2022 geëindigd. Zowel de man als de vrouw vorderen in kort geding dat de ander de woning dient te verlaten. De kantonrechter veroordeelt de man, na een belangenafweging, de woning te verlaten en niet meer te betreden, op straffe van een dwangsom voor zover de man daarmee in gebreke blijft.

De feiten

Een man en een vrouw krijgen in 2014 een affectieve relatie. De vrouw heeft uit een eerdere relatie al een minderjarige zoon. De man en de vrouw zijn met ingang van 10 augustus 2020 een woning gaan huren. De zoon is daar ook woonachtig. De aanvangshuurprijs bedroeg € 677,59 per maand. De vrouw heeft een netto-inkomen van € 2.100 per maand. De man heeft een netto-inkomen van ongeveer € 2.100/€ 2.200 per maand. De relatie tussen de man en de vrouw is in 2022 geëindigd.

De vrouw vordert in kort geding primair dat: de man wordt veroordeeld de sleutels van de woning af te geven aan de vrouw, de vrouw voorlopig gerechtigd is tot gebruik van de woning en de inboedel, en de man wordt veroordeeld vanaf 8 dagen na betekening van het vonnis de woning te verlaten en niet meer te betreden. Een en ander op straffe van een dwangsom van € 250 voor iedere dag dat de man hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 20.000.

De man vordert in reconventie dat de vrouw wordt veroordeeld de woning binnen drie maanden na betekening van het vonnis te verlaten, de woning niet meer mag betreden en de woning en inboedel ter vrije beschikking van de man dient te stellen.

Juridisch kader

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat beide partijen met uitsluiting van de ander het gebruik willen van de gezamenlijk gehuurde woning. Geen van hen heeft op voorhand meer recht op de woning dan de ander. Voor de kantonrechter is voldoende duidelijk dat partijen het gezamenlijk gebruik van de woning, gelet op de gespannen situatie tussen hen, niet langer kunnen voortzetten. De stelling van de vrouw, dat de man haar en haar zoon stelselmatig heeft mishandeld, is niet zonder meer aannemelijk volgens de kantonrechter.

Belangenafweging

Aannemelijk is volgens de kantonrechter wel dat de gemoederen tussen partijen regelmatig, zelfs zeer recent nog, hoog oplopen met negatief effect voor alle betrokkenen. De ruzies tussen partijen zijn overwegend gerelateerd aan het (door de man erkende) vreemdgaan van de man, wat kennelijk in elk geval voor de vrouw de reden was voor de beëindiging van de relatie. Gelet op hun inkomen worden beide partijen door de kantonrechter in staat geacht de maandelijkse lasten van de woning te betalen. En voor beide partijen is het voorzienbaar dat het vinden van een andere woning niet gemakkelijk zal zijn in de huidige woningmarkt.

In het licht van deze omstandigheden dient een belangenafweging in het voordeel van de vrouw uit te vallen, met name omdat zij de zorg heeft voor haar minderjarige zoon en toewijzing van de vordering betekent dat zij en haar zoon een woning hebben.

De kantonrechter beveelt dan ook de man om de vrouw, uiterlijk binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, met uitsluiting van de man het gebruik van de woning en de zich daarin bevindende inboedel te verschaffen, met bevel aan de man om de woning te verlaten en verder niet meer te betreden behoudens voorafgaande toestemming van de vrouw, en de sleutels van de woning aan de vrouw af te geven. De kantonrechter veroordeelt de man ook een dwangsom te betalen van € 250 voor iedere dag dat de man zich niet aan de veroordeling houdt, tot een maximum van € 20.000.

Rechtbank Rotterdam 7 november 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10369

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 26 november 2023.