De gemeente Weert verhuurt sinds 1998 kleedlokalen op een sportpark aan een voetbalclub. De voetbalclub heeft altijd twee kleedlokalen exclusief in gebruik gehad. Twee andere kleedlokalen had de voetbalclub in medegebruik, samen met andere gebruikers van het sportpark. De voetbalclub en de gemeente verschillen van mening over de vraag hoeveel kleedlokalen er door de gemeente (exclusief) worden verhuurd aan de voetbalclub. Volgens de gemeente twee, volgens de voetbalclub vier. De voetbalclub kan niet op de op hem rustende bewijslast voldoen dat toentertijd in 1998 zou zijn overeengekomen dat er vier kleedlokalen (exclusief) zouden zijn verhuurd aan de voetbalclub. De vorderingen van de voetbalclub die onder meer zien op het verkrijgen van het exclusieve gebruik van vier kleedlokalen, worden dan ook afgewezen.

De feiten

De gemeente Weert verhuurt sinds 1998 aan een plaatselijke voetbalclub een aantal kleedlokalen op een sportpark. In de huurovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen: ‘De verhuurder verhuurt aan de huurder, die in huur aanneemt de kleedaccommodatie aan de [adres] te [plaats] , in oranje aangegeven op de aan deze overeenkomst gehechte plattegrond, beide partijen bekend, wordende daarvan geen nadere omschrijving verlangd, zulks voor onbepaalde tijd, ingaande 1 mei 1998….

Medio 2022 overhandigt de gemeente op verzoek van de voetbalclub een exemplaar van de huurovereenkomst aan de voetbalclub, omdat de voetbalclub niet meer beschikte over een schriftelijk exemplaar. De voetbalclub heeft sinds het begin van de huurovereenkomst in 1998 altijd het exclusieve gebruik gehad van twee kleedlokalen terwijl de voetbalclub gebruik maakte van nog twee kleedlokalen die de voetbalclub moest delen met andere verenigingen die ook gebruik maken van het sportpark. Volgens de voetbalclub heeft hij op basis van de huurovereenkomst recht op het exclusieve gebruik van vier kleedlokalen. De gemeente is het hier niet mee eens.

De voetbalclub start daarop een procedure en vordert onder meer dat de gemeente wordt veroordeeld tot nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst, in die zin dat de gemeente het exclusieve gebruik van vier kleedlokalen aan de voetbalclub dient te verstrekken en het medegebruik van twee kleedlokalen dient te staken.

Oordeel kantonrechter

Omvang van het gehuurde

De vraag die volgens de kantonrechter met name moet worden beantwoord is wat door de voetbalclub van de gemeente wordt gehuurd. Volgens de kantonrechter is de huurovereenkomst daarover duidelijk, namelijk: ‘de kleedaccommodatie’ aan het betreffende adres die in oranje is aangegeven op de bij de huurovereenkomst gehechte plattegrond. Volgens de kantonrechter maakt het niet uit dat zowel de gemeente als de voetbalclub niet meer beschikken over de aangehechte kaart. Dat maakt het geen uitlegkwestie maar een bewijsvraag.

Levert voetbalvereniging bewijs?

In dat verband acht de kantonrechter het van belang dat vanaf de aanvang van de huur in 1998 tot het moment (medio 2022) waarop de advocaat van de voetbalclub een exemplaar van de huurovereenkomst in handen kreeg (een periode van ongeveer 24 jaar) de voetbalclub altijd twee kleedlokalen in exclusief gebruik (huur) heeft gehad en van twee kleedkamers het recht van medegebruik. Gedurende die lange periode is door de voetbalclub nooit in welke context dan ook het standpunt ingenomen dat hij het exclusieve (huur)recht heeft op vier kleedlokalen. De voetbalclub heeft wel nog een plattegrond in het geding gebracht met daarin ingekleurd een deel van de sporthal, wat volgens de voetbalclub de volledige kleedaccommodatie zou betreffen. De kantonrechter (en de gemeente) acht het echter niet aannemelijk dat de betreffende plattegrond, de plattegrond is waarna wordt verwezen in de huurovereenkomst. Daarnaast is gebleken dat er kennelijk bij de voetbalclub niemand meer is die uit eigen waarneming kan verklaren wat er toentertijd is gehuurd.

De voetbalclub heeft hieromtrent wel getuigenbewijs aangeboden, maar gezien het vorengaande laat de kantonrechter de voetbalclub niet toe tot nadere bewijslevering. Hierdoor kan de voetbalclub niet aan de op hem rustende bewijslast voldoen. De vorderingen van de voetbalclub worden dan ook afgewezen.

Rechtbank Limburg 3 april 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:1478

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 13 april 2024.