De huurder is tekort geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Door het onderverhuren dan wel in gebruik geven van de woning heeft hij gehandeld in strijd met de huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden. De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld de woning te ontruimen.

De feiten

Een huurder huurt sinds 2016 een woning. Het betreft een bovenwoning met twee slaapkamers. De totale oppervlakte bedraagt 62 m2. Bij een controle van de woning door een buurtconsulent van de verhuurder op 10 juli 2023, verklaart de huurder onder meer dat er drie mensen wonen: de huurder, zijn partner en een collega. De huurder verklaart bij het bezoek tevens dat de collega € 220 meebetaalt aan de huur. De verhuurder komt er later achter dat er in totaal zeven mensen staan ingeschreven op het adres van het gehuurde. Bij een volgend woonbezoek op 9 oktober 2023 waren er opnieuw meerdere personen in de woning aanwezig. Omwonenden verklaren dat er regelmatig meerdere mensen bij de woning worden gezien en dat dat al jaren zo is.

Verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.

Juridisch kader

Onderbouwing vordering

Verhuurder legt aan haar vordering ten grondslag dat de huurder tekort is geschoten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de wet. De tekortkoming is van voldoende gewicht om de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning toe te wijzen.

De huurder betwist de vordering.

Oordeel kantonrechter

Tekortkoming

De kantonrechter overweegt allereerst dat de huurder (gedaagde) niet is verschenen op de zitting en zijn betwisting niet nader heeft onderbouwd dan wel vragen heeft kunnen beantwoorden van de kantonrechter. De gevolgen daarvan blijven voor risico van de huurder.

De kantonrechter benoemt vervolgens dat uitgangspunt is dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van zijn verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Dit is alleen anders als de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

De kantonrechter is van oordeel dat de verhuurder voldoende heeft onderbouwd dat de huurder tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en dat deze tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt. Dit blijkt onder meer uit de rapportages van de huisbezoeken, het uittreksel uit de basisregistratie waaruit blijkt dat meerdere personen staan ingeschreven op het adres van het gehuurde en de verklaringen van de buren. Daarnaast heeft de verhuurder onderbouwd dat zij de huurder tijdens de huisbezoeken heeft gewaarschuwd dat hij de woning niet in gebruik mag geven of onderverhuren. De huurder heeft dit onvoldoende betwist. De duur, de aard en de ernst van deze tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst.

De rechter ontbindt dan ook de huurovereenkomst en veroordeelt de huurder om de woning binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen.

Rechtbank Noord-Holland 22 mei 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:5387

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 17 juni 2024.