Huurders plegen bedrog bij aangaan huurovereenkomst: huurders worden in kort geding veroordeeld woning te ontruimen.

Samenvatting

Door gebruik te maken van valse documenten hebben gedaagden eiser (de verhuurder) ertoe bewogen een huurovereenkomst met betrekking tot woonruimte aan te gaan. Daarmee is sprake van bedrog en is de huurovereenkomst vernietigbaar. Ook de belangenafweging valt uit in het voordeel van de verhuurder. Gedaagden worden in kort geding veroordeeld de woning te ontruimen.

De feiten

Een eigenaar van een woning schakelt een makelaar in om zijn woning te verhuren. De eigenaar (de verhuurder) is zelf woonachtig in het buitenland. Een persoon (gedaagde 2) reageert op de door de makelaar op de website van pararius.nl geplaatste advertentie. Deze persoon stuurt vervolgens stukken naar de makelaar van hemzelf en nog een andere persoon (gedaagde 1): salarisstroken, arbeidsovereenkomst, werkgeversverklaring en bankafschriften. De makelaar draagt de twee personen aan de verhuurder voor als huurders. De verhuurder gaat daarmee akkoord en de verhuurder sluit vervolgens met gedaagde 1 een huurovereenkomst (benoemd als huisbewaringsovereenkomst) af voor de duur van een jaar. De huurovereenkomst gaat in op 26 juli 2017. De gedaagden gaan in de woning wonen samen met hun twee kinderen. In 2019 en 2020 vinden er twee Fiod invallen plaats in de woning. Per brief van 28 juli 2023 laat de verhuurder (de eiser in deze procedure) de gedaagden weten dat hij de tussen partijen gesloten huurovereenkomst vernietigt op grond van (primair) bedrog en subsidiair dwaling.

Verhuurder vordert in kort geding dat de gedaagden de woning binnen 14 dagen na betekening van het vonnis dienen te ontruimen.

Juridisch kader

Onderbouwing vordering

De verhuurder legt aan zijn vordering ten grondslag dat de huisbewaringsovereenkomst (huurovereenkomst) tot stand is gekomen onder invloed van bedrog dan wel dwaling. Volgens de verhuurder hebben gedaagden opzettelijk onjuiste mededelingen gedaan over de inkomenssituatie en de arbeidsstatus van gedaagde 1, waardoor de verhuurder is bewogen de huurovereenkomst met gedaagde 1 aan te gaan.

De gedaagden betwisten de vordering. Onder meer door aan te geven dat de verhuurder al meer dan drie jaar wist dat de aangeleverde documenten onjuist waren.

Oordeel kantonrechter

Bedrog

De kantonrechter constateert dat niet ter discussie staat dat de door gedaagden aan de makelaar verstrekte documenten om de inkomenssituatie en arbeidsstatus van gedaagde 1 aan te tonen, vals waren. De gedaagden zijn hier ook strafrechtelijk voor veroordeeld. Door gebruik te maken van die valse documenten hebben gedaagden de verhuurder ertoe bewogen de huurovereenkomst met gedaagde 1 aan te gaan. Daarmee is sprake van bedrog in de zin van art. 3:44 lid 3 BW. Dit betekent dat de overeenkomst vernietigbaar is. De kantonrechter is het niet met gedaagden eens dat de verhuurder zich niet meer op vernietiging kan beroepen omdat verhuurder al meer dan drie jaar wist van de valse documenten. Volgens de kantonrechter is niet komen vast te staan de verhuurder al jaren wist van de valse documenten. Van rechtsverwerking is geen sprake.

Belangenafweging

Ook in het kader van de belangenafweging in kort geding redden de gedaagden het niet. De kantonrechter oordeelt dat het evident is dat gedaagden belang hebben bij behoud van hun woning, zeker omdat een ontruiming ook impact zal hebben op de kinderen van gedaagden van 10 en 18 jaar. Daar staat echter het belang van de verhuurder tegenover om een einde te maken aan de onrechtmatige toestand. En gezien hun inkomen moeten gedaagden volgens de kantonrechter in staat worden geacht andere passende woonruimte te vinden, en houden gedaagden daarnaast een eigen verantwoordelijkheid voor het welzijn van hun kinderen.

De kantonrechter veroordeelt de gedaagden dan ook de woning binnen twee maanden na betekening van het vonnis te ontruimen.

Rechtbank Noord-Holland 22 december 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:13902

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 12 februari 2024.