In deze zaak oordeelt de kantonrechter dat voldoende vaststaat dat de huurder niet zijn hoofdverblijf heeft (gehad) in de door hem gehuurde woning en dat hij de woning in onderhuur of in gebruik heeft gegeven aan de bewoner, zonder toestemming van de verhuurder. De huurder handelt daarmee in strijd met zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst, wat een tekortkoming oplevert. De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder en de bewoner worden veroordeeld de woning te ontruimen.

Feiten

De verhuurder vordert in deze procedure ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning en daarnaast betaling van de huurachterstand en afrekening servicekosten.

Juridisch kader

In een eerder tussenvonnis in deze zaak van 25 oktober 2023, oordeelde de kantonrechter dat de verhuurder voldoende gesteld en onderbouwd heeft dat de huurder niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning en dat hij de woning heeft onderverhuurd of geheel aan de bewoner in gebruik heeft gegeven. De huurder wordt in de gelegenheid gesteld om meer feitelijke gegevens te verstrekken ter motivering van zijn standpunt dat hij wel zijn hoofdverblijf heeft in de woning. En ook dat hij de woning niet heeft onderverhuurd aan de bewoner of geheel aan de bewoner in gebruikt heeft gegeven, maar dat hij met de bewoner als partners samenwoont en dat hij alleen voor een tweetal stages tijdelijk in het buitenland heeft verbleven (de verzwaarde motiveringsplicht). Ook worden de huurder en de bewoner in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen in te dienen ten aanzien van de door de verhuurder gestelde betalingsachterstand.

Motivatie huurder en bewoner

De huurder en de bewoner overleggen foto’s waaruit zou moeten blijken dat zij geliefden zijn. Ook overlegt de huurder enkele overzichten van de voortgang van zijn studie ter onderbouwing van zijn stelling dat hij voor twee stages tijdelijk in het buitenland heeft verbleven.

Oordeel kantonrechter

Volgens de kantonrechter kan uit de foto’s en het overzicht van de studievoortgang niet worden opgemaakt dat de huurder zijn hoofdverblijf in de woning heeft en dat hij daar met de bewoner als partners samenwoont en dat hij alleen voor stages tijdelijk in het buitenland heeft verbleven. De huurder heeft volgens de kantonrechter geen stukken overgelegd die gebruikelijk worden overgelegd om het hoofdverblijf en samenwoning aan te tonen. Bijvoorbeeld: getuigenverklaringen, bankafschriften met gezamenlijke uitgaven, vakanties, dagelijkse bestedingen in de buurt van de woning etc.

Volgens de kantonrechter is de huurder dan ook niet geslaagd om voldoende onderbouwing te bieden voor zijn stelling dat hij wel zijn hoofdverblijf heeft in de woning en daar met de bewoner als partners woont. De kantonrechter oordeelt dat de huurder de stellingen van de verhuurder onvoldoende heeft betwist en dus niet voldaan heeft aan zijn verzwaarde motiveringsplicht. Hieruit volgt volgens de kantonrechter dat voldoende is komen vast te staan dat de huurder niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning en dat hij de woning in onderhuur of in gebruik heeft afgestaan aan de bewoner zonder toestemming van de verhuurder. Hiermee handelt de huurder in strijd met zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst.

Ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd?

De kantonrechter geeft aan dat er geen sprake is van een uitzonderingssituatie (de tekortkoming is niet van bijzondere aard en niet van geringe betekenis). De tekortkoming rechtvaardigt in dit geval de ontbinding van de huurovereenkomst. Om de huurder in staat te stellen zijn studie af te maken, ontbindt de kantonrechter de huurovereenkomst op een verlengde ontruimingstermijn en wel per 1 september 2024. De huurder en de bewoner dienen de woning op 1 september 2024 te ontruimen. Ook de betalingsachterstand van € 887,14 wordt toegewezen aangezien de huurder die niet gemotiveerd betwist.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 januari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:571

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 26 februari 2024.