Een huurder huurt een bedrijfsruimte. De huurder levert de bedrijfsruimte bij het einde van de huurovereenkomst niet correct op. De vorderingen van de verhuurder tot betaling van schade en achterstallige huurpenningen worden grotendeels toegewezen.

De feiten

Partijen, een huurder van een bedrijfsruimte en de verhuurder van de bedrijfsruimte, sluiten een huurovereenkomst. De huurovereenkomst is geëindigd per 1 oktober 2022. De huurder levert de bedrijfsruimte niet schoon en leeg op. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de huurder de door verhuurder gestelde schade moet vergoeden.

Juridisch kader

Vordering

De verhuurder is van mening dat de huurder tekort is geschoten in de nakoming van zijn opleververplichting op grond van de huurovereenkomst. De verhuurder vordert betaling van de schade ter grootte van € 19.552,39 en rente, kosten van de inschakelde makelaar (€ 228,50), achterstallige huurpenningen en kosten van het beslag dat de verhuurder heeft gelegd ten laste van de huurder. De huurder betwist de vorderingen en vordert zelf (in reconventie) dat de beslagen worden opgeheven.

Oordeel kantonrechter

Einde huurovereenkomst

Volgens de verhuurder is de huurovereenkomst per 1 oktober 2022 door de huurder opgezegd. Volgens de huurder zou hij de bedrijfsruimte begin 2023 opleveren. De kantonrechter overweegt dat de huurder berust in de opzegging per 1 oktober 2022 en dat dat tot gevolg heeft dat de huurder de huur tot 1 oktober 2022 dient te betalen. Omdat de huurovereenkomst dus is geëindigd per 1 oktober 2022, staat daarmee ook vast dat de huurder de bedrijfsruimte per 1 oktober 2022 leeg, schoon en in originele staat moet opleveren.

Oplevering

Volgens de kantonrechter blijkt uit de door de verhuurder in het geding gebrachte foto’s (die niet door de huurder worden betwist), duidelijk dat de bedrijfsruimte niet leeg en niet schoon is opgeleverd. Ook is duidelijk dat schade aan de bedrijfsruimte is ontstaan. Volgens de huurder heeft hij niet de gelegenheid gekregen om de bedrijfsruimte netjes op te leveren. Daar is de kantonrechter het niet mee eens, gezien de whatsappgesprekken die de verhuurder en huurder hebben gevoerd. Dat de huurder de bedrijfsruimte niet leeg en schoon heeft opgeleverd, betekent dat de verhuurder de kosten van leeg ruimen, schoonmaak en herstel op de huurder kan verhalen. Dit betekent ook dat de huurder bij wijze van schadevergoeding de huurpenningen over de periode tot herstel van de bedrijfsruimte in originele staat moet voldoen. Dat betekent tot 15 februari 2023. Volgens verhuurder kan hij namelijk vanaf die datum de bedrijfsruimte weer verhuren.

Conclusie

Omdat de kantonrechter niet alle door de verhuurder gevorderde kosten van leeg ruimen, schoonmaak en herstel bewezen acht, wordt in plaats van een bedrag van € 19.552,39, een bedrag van € 12.306,40 aan schade toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast worden ook de betaling van de huurpenningen, de kosten van de makelaar en de kosten van het leggen van het beslag ten laste van de huurder toegewezen.

Rechtbank Limburg 31 januari 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:478

Dit bericht is geschreven door Irwin Dankoor voor het huurrecht tijdschrift ‘Opmaat huurrecht +’ van Sdu en daar eerder gepubliceerd op 21 februari 2024.